
Wij wonen off grid. Modewoord — Facebook staat er vol mee, en er zijn talloze zelfgepubliceerde boeken, vlogs en podcasts over. We zijn dus echt hip op onze oude dag. Ik woonde eerder off grid, in de jaren dat je familie en vrienden je nog voor gek verklaarden als je dat deed, toen internetcafés met plakkerige tafels nog ontmoetingsplekken waren, ik eens per week familie belde vanuit de dorpstelefooncel, en luchtpostbrieven kreeg van mijn moeder. Die vertaalde ik voor Catalina, de moeder van de postbode, die dan ging huilen van moederliefde en plaatsvervangende heimwee. Het waren mooie, roerige en bewerkelijke tijden. Off grid wonen heette toen nog gewoon zelfvoorzienend of ‘Aussteiger’, want dat vond ik destijds een fantastisch mooi woord.
Vijfentwintig jaar later woon ik met mijn lief opnieuw off grid. En tegenwoordig horen we blijkbaar bij een groeiende meute. De ruwe romantiek van off grid wonen is er nog, maar de tijden zijn veranderd, en de technologie ook. Elektriciteit van de zon: waar ik vroeger genoegen nam met drie paneeltjes, een paar 12-voltbootlampjes en een olielamp, wonen we nu in een heuse moderne setting. Een satellietantenne op het dak met sneller internet dan ik ooit had, een flinke partij zonnepanelen, een beest van een intelligente accu, een inductiekookplaat, en in de kleine woonkamer airco. Zo luxe heb ik in Nederland lang niet gewoond.
Ons waterhuishouden is oeroud, complex en simpel tegelijk: het regenwater dat op de berghelling en op het dak valt, wordt via een groot betonnen plateau naar de waterkelders onder het huis geleid. Die kelders beginnen nu, voor het eerst in vele jaren, langzaam leeg te raken. De extreme hitte die dit jaar al vroeg inzette is niet alleen funest voor de landbouw, maar ook voor de watervoorraden. Het systeem is zo oud als Methusalem. De vroege hittegolven zijn iets nieuws, waar de traditionele methoden op het platteland niet helemaal aansluiten. Voor ons, gewend om met twintig liter drinkwater een plasje weg te spoelen, is het even wennen om per liter na te denken. Drie keer plassen en dan pas doortrekken? Met bezoek een no-go. Maar als we alleen zijn — ach.
De planten op het terrein zijn droogteresistent. De rest is opgevreten door de konijnen, dus daar hoef ik me geen zorgen meer over te maken. Drinkwater halen we in grote achtliterflessen bij de lokale supermarkt. Groente bij de dorpsgroenteboer, brood bij de bakker, kachelhout bij de kachelhoutboer.
En dan is er dat andere, waar de vlogs het zelden over hebben. De zomer is hier niet alleen heet, maar ook iets om doorheen te komen. Half de wereld staat in brand en ik kijk te vaak op de live brandkaart. Dan weer weken droogte en brandangst, dan weer de paniekberichten en clickbait over een nieuwe DANA, een nieuwe explosie van regen en storm — in deze regio een heel vers trauma. Een mens is veerkrachtig, leer ik hier. Maar het is een andere veerkracht dan die ik in Nederland nodig had: daar was veerkracht door hoepels klimmen, uit dalen krabbelen, en ondertussen op niveau blijven presteren. Hier is het de veerkracht van iemand die kan loslaten. Niks doen. De boel op je af laten komen en goed kijken. Zwijgen waar praten, beredeneren en analyseren zinloos is.
Het is de veerkracht van accepteren dat je een droomuitzicht hebt gekocht op een soort brandbom. Dat ook in Spanje de politiek, de energielobby, het greenwashen gewoon doordenderen. En met accepteren bedoel ik niet goedkeuren. Ik bedoel: erkennen dat ik de grote dingen die me dwarszitten niet kan stoppen — ook niet als ik er heel gefrustreerd over ben.
In het hier en nu, in Casinos — het nabijgelegen dorpje — knuffelt de serveerster uit Chili me bij de ochtendkoffie en zegt dat ik er mooi uitzie, van binnen en van buiten. Ik antwoord ongegeneerd dat ik ook van haar hou. Iets dat ik in Nederland nooit, tegen niemand zou durven zeggen die niet mijn partner of goede vriend was. Het zijn de kleine dingen die het grote op soms nog gezonde afstand houden. Onze menselijke interacties, hoe klein ook; ze zijn een kostbaar goed in mijn leven. Vroeger maakte ik er films en kunst over, nu maak ik er deel van uit.
Het is mooi om — op je oude dag? — opnieuw bewust te worden van de luxe van niets doen, drinkwater, een koel briesje (airco) op een bloedhete middag van 40C+, een videocall met iemand ver weg, een warm brood van de bakker, of die knuffel bij de ochtendkoffie.
Off grid heet het nu. Losgekoppeld. En nog steeds vind ik het woord Aussteiger prachtig en poëtischer. Maar…ik heb me zelden zo aangesloten gevoeld. Op de regen die de kelder vult of niet vult, op de bakker en de kachelhoutboer, op de hitte en de branden die niet alleen mijn berg maar half Europa in hun greep hebben. En op mezelf; je weet wel, dat draadje tussen onderbuik, hart en hoofd.
Vijfentwintig jaar geleden vertaalde ik een luchtpostbrief voor Catalina en zag ik haar huilen om een moeder die niet de hare was. Vandaag zegt een serveerster uit Chili dat ze van me houdt, en zeg ik het terug.
Er is in al die jaren van alles veranderd. Dat niet.
Geef een reactie